Tagarchief: debuutroman

Eb weer verkrijgbaar

De vierde druk van Eb is uitverkocht, maar nu is Eb weer verkrijgbaar, bijvoorbeeld hier.

Eb - Rebekka W.R. Bremmer

omslag: Anneke Germers

Parool: “Dit is een roman die de lezer echt ergens naartoe verplaatst, waarin een eigen universum wordt gecreëerd en waarin eigenzinnige, maar o zo levendig opgeroepen individuen centraal staan. (…) Dit is een roman waardoor je zelf ook weer beter naar de wereld gaat kijken, naar de werkelijkheid om je heen, en naar de Nederlandse literatuur van dit moment. Dat is een literatuur die een schrijfster als Bremmer heel goed kan gebruiken.”

To eb or not to eb

De shortlist van de Vrouwdebuutprijs is bekend. Eb valt buiten de boot. De genomineerden zijn:

–       De verjaardagen van Hanneke Hendrix

–       Ik ben maan van Maan

–       Het schuwste dier van Eva Meijer

–       De draad en de vliegende naald van Gerdien Verschoor

–       De wezenlozen van Wytske Versteeg

 

Debuutprijs

De website van de Vrouw Debuutprijs is in de lucht! Onder het kopje Jury kun je niet alleen lezen wie er in de jury zit, maar ook wat de beoordelingscriteria zijn en hoe de jury tot haar oordeel hoopt te komen. Deze transparantie is zeer welkom – ook al hangt veel af van smaak en is het onmogelijk zulke uiteenlopende prozawerken objectief te beoordelen en vergelijken.

Nominatie

Eb is één van de 20 genomineerde boeken voor de longlist van de Vrouw& Proza Debuutprijs 2010-2012. Vereniging Vrouw&Kultuur heeft tot doel literatuur die door vrouwen is geschreven te stimuleren en onder de aandacht te brengen van een breder publiek. Samen met Stichting Poëthement Eindhoven reiken zij op 10 november 2013 twee prijzen uit voor vrouwelijke auteurs die tussen 2010 en 2012 debuteerden. De Vrouw&Proza Debuutprijs voor de beste vrouwelijke debuterende auteurs van literaire fictie in Nederland en Vlaanderen wordt voor de zevende keer uitgereikt;  de Vrouw&Poëzie Debuutprijs voor het eerst.

De overige genomineerde boeken zijn Parnassia, De draad en de vliegende naald, Kamermensen, Een bruidsjurk uit Warschau, Duizendkind, De verleider van Damascus, De verjaardagen, De kermis van Grave Zuid, Walsen, Zeesteen, Blijf bij ons, Russisch water, Zo gaan we niet met elkaar om, De Roemlozen, M., De wezenlozen, Het schuwste dier, Alles is altijd fictie enIk ben Maan.

 

European First Novel Festival in Boedapest

Donderdag 18 april

Hongaarse rokjesdag. En dan niet met 15, 16 graden en een mistig zonnetje, maar meteen 27 graden en een brandende zon. Gelukkig had ik een rokje meegenomen en konden mijn witte benen zich laven aan de zonnestralen. Sommige dingen zijn overal hetzelfde. Zodra de zon doorbreekt en je zonder jas, trui of vest naar buiten kunt, dan blijven studenten ook buiten. Ik was uitgenodigd door de Vakgroep Nederlands van de Károli Gáspár Universiteit te komen vertellen over Eb en er uit voor te lezen. Heel toepasselijk omdat het de universiteit is van de Gereformeerde Kerk van Hongarije en de Bijbelse thema’s en citaten uit Eb de studenten en docenten bekend voor zouden komen. Uiteindelijk heeft één heroïsche studente haar verlangen om buiten in de zon te zitten onderdrukt en is ze naar mijn verhaal komen luisteren.(Terzijde: in Hongarije kun je aan drie universiteiten Nederlands studeren, terwijl je in Nederland nergens meer Hongaars kunt studeren.)  Gelukkig waren de docenten Nederlands  en een cultureel medewerker van de Nederlandse ambassade wel aanwezig en had Veronika Máthé (die ook verschillende fragmenten van Eb in het Hongaars heeft vertaald) een vraaggesprek voorbereid. Zij heeft Eb grondig gelezen en kwam met verrassende vragen en rake opmerkingen die mij het gevoel gaven dat ze Eb heel goed begrepen had. Vragen over hoe Eb is ontstaan, zijn niet altijd makkelijkmeer te beantwoorden – het precieze moment van een idee vergeten. Bij mij suddert een idee een tijdlang in mijn hoofd en neemt dan steeds grotere en duidelijkere dimensies aan. Er gaat al een heel proces aan vooraf, zonder dat er nog een letter op papier staat. Eb begon ooit, heel lang geleden, als een idee voor een toneelstuk met drie vrouwen, een tikkende klok en een stormlamp.

Nederlands-Letterenfonds-logo-RGB’s Avonds nam de cultureel medewerker van de ambassade mij mee naar de opening van de 20ste Internationale Boekenbeurs van Hongarije waar  ook een korte samenkomst van het European First Novel Festival.   Uit zo´n twintig Europese landen was er een afgevaardigde en op uitnodiging van het Nederlands Letterenfonds en de Nederlandse Ambassade in Hongarije was ik de Nederlandse afgevaardigde. De andere debutanten waren: Radostina Angelova (Bulgarije), Orsolya Bencsik (Hongarije), Arnaud Dudek (Frankrijk), wiens roman al in het Nederlands is vertaald, Tommaso Giagni (Italië), Jessica Gregson (Schotland), Emylia Hall (Engeland), Stanka Hrastelj (Slovenië), Daniel Mezger (Zwitserland), Mária Modrovich (Slowakije), Aki Ollikainen (Finland), Louiza Papaloizou (Cyprus), Zoska Papuzanka (Polen), João Ricardo Pedro (Portugal), Anne-Cathrine Riebnitzsky (Denemarken), Laila Sognnaes Osthagen (Noorwegen), Anna Weidenholzer (Oostenrijk) en Jaroslav Zvácek (Tsjechië).

Vrijdag 19 april

’s Ochtends bij het ontbijt zat er vlakbij mij een Engelsman aan een stuk door te praten. Hij klonk net als Ricky Gervais. Hij had het over ‘the traffic in London, yeah, okay, with its buses and drivers, the blimmin’ rain pouring down, yeah’… ik keek opzij. Hij leek ook op Ricky Gervais, maar dan in zijn dikke periode. Hij zat aan tafel met zijn tengere, blonde vriendin die niets zei. ‘Anyway, in rugby you don’t wear those ridiculous helmets, okay…’ Bij nader inzien was het misschien toch niet zijn vriendin, maar de vrouw waarvan hij hoopte dat het zijn vriendin zou worden. Ik stelde me zo voor dat ze Russisch was en dat hij haar op een weekendje Boedapest had getrakteerd om te kijken of het zou klikken. Romantically speaking. ‘We can meet each other halfway, yeah. I come from Londen, you come from Moscow – I know! Let’s meet in Budapest!’ En Yekaterina, want zo heette ze, had er zwijgend mee ingestemd. ‘Bit long, innit, Yekaterina… you might be gone before I finish pronouncing your name! You know the English princess, Kate? I’ll call you Katy. You’re my princess!’ Ricky en Katy. De overeenkomst in hun namen gaf hem een goed gevoel.

’s Middags vond de eerste panel discussie van het First Novel Festival plaats. Wie er precies in het publiek zaten weet ik niet, maar ik werd in ieder geval geestelijk gesteund door maar liefst twee culturele medewerkers van de Nederlandse ambassade. Ik zat aan tafel met de schrijvers uit Polen, Hongarije, Zwitserland, Engeland en Schotland. Het thema was Integratie en desintegratie binnen families en landen. De buitenstaanders in Eb kwamen hierbij aan bod: Johannes, omdat hij van de overkant komt; Geeske, omdat ze ervoor kiest een overkanter te trouwen en maar één kind krijgt (hoewel dat geen keuze is); Gezientje, omdat ze als onvruchtbare vrouw wordt verstoten; de katholieke gemeenschap op het eiland, omdat ze én katholiek zijn, én geen vissers. Al gauw kwam het gesprek op familieromans en de waardering daarvan als ze door een man zijn geschreven (‘a microcosmos’) of door een vrouw (‘a domestic novel’), de invloed van marketing op het imago van vrouwelijke schrijvers en de verhouding man/vrouw bij recensies en literaire prijzen (zie in dit verband, het onderzoek van Opzij, de bijdrage van Pauline Slot in Trouw en de belofte van Tzum. Ik herinner me een soortgelijke belofte van Arjen Fortuin van NRC een jaar of wat geleden. Ik vraag me af wat daarvan terecht is gekomen. Het goede nieuws is dat er in de lijst van beste jonge romanciers van Granta voor het eerst meer vrouwen staan dan mannen. Dat zie ik in Nederland nog niet zo snel gebeuren). De vragen over Nederlandse literatuur heb ik zo goed mogelijk proberen te beantwoorden, al is enig over-één-kam-scheren dan niet te vermijden. Al met al een geanimeerde discussie die veel korter leek te duren dan haar anderhalf uur.

’s Avonds werd mij verteld over het schrijversparadijs. Ik dacht dat dat niet bestond. Maar het blijkt Zwitserland te zijn. Daar kun je van je kanton een beurs krijgen om je debuutroman te schrijven – óók als je nog geen contract met een uitgeverij hebt getekend. En je hoeft het niet terug te geven als je roman alsnog niet wordt uitgegeven.  Als je grootouders uit een ander kanton komen, kun je daar ook nog aanspraak maken op een beurs. Waar je dan weer een half jaar van kunt leven. (En had Nederland dan ook geen stadstoneelgezelschappen in elk stadje dat nieuw repertoire speelde? Geen wonder dat veel Nederlandse acteurs en regisseurs naar het Duitstalige gebied vertrekken). Dat is weer eens wat anders dan een land dat geen waarde hecht aan kunst en cultuur, kunstenaars wegzet als parasieten en denkt dat afbraak het land goed doet. (Gelukkig bepaalt Nederland niet alles in zijn eentje. Een lichtpuntje is de subsidie die Schwob heeft gekregen om de beste onbekende boeken uit de wereldliteratuur vertaald en gedistribueerd te krijgen).

Zaterdag 20 april

Toen ik aankwam in het restaurant, zaten Ricky en Katy er al. Hij was geanimeerd aan het vertellen over een reisleider met een ballon, geïnspireerd door een groepje Spaanse toeristen in de hotel lobby die allemaal een witte of blauwe ballon kregen aangereikt. We zagen ze achter elkaar langs het hotelraam voorbijtrekken, de Donau en het parlementsgebouw op de achtergrond. ‘Just imagine him saying: “Let go of your balloons! That’s it… let it go! Let go!”‘ Katy lachte één keer. Ricky bleef lachen. Ik liep naar het ontbijtbuffet en kwam terug met een pot Earl Grey, roereieren en brood met kaas.

presentatie Boedapest

presentatie Boedapest

’s Middags werden de uitgenodigde debutanten aan het publiek van de boekenbeurs, waaronder Hongaarse uitgevers, gepresenteerd. De groep was in tweeën gesplitst, maar dan nog waren er te veel mensen om echt een levendig gesprek te voeren. De gespreksleider begon met de Hongaarse schrijfster, die in het Hongaars sprak, en merkte op dat het vrij uitzonderlijk was dat zo een jonge schrijfster over religie schreef – I’ll be with you in a moment, Rebekka, voegde ze daaraan toe. Ik geloof niet dat het in Nederland uitzonderlijk is, al zal het misschien in de meeste gevallen om autobiografisch geïnspireerde romans gaan. Ik vertelde over Geeske, mijn hoofdpersoon, die maar één boek kent en dat is de Bijbel. Maar ze kan niet lezen, kent de verhalen uit de Bijbel niet uit eigen ervaring, alleen door de monden van de dominee en haar man Johannes. Door zich te vereenzelvigen met Sara en de vrouw van Lot, geeft ze niet alleen die Bijbelse vrouwen een stem, maar ook zichzelf. En wanneer ze die verhalen voor het eerst uitgesproken hoort worden door een andere vrouw, krijgen ze voor haar een diepere betekenis.

Er was niet alleen interesse in Eb, ook naar Kafka’s harem (zie ‘Theater’ rechtsboven) werd gevraagd. De zaal moest lachen om het gegeven dat Kafka’s echte vriendinnen Felice, Milena en Dora in een ‘catfight’ belanden met drie van zijn vrouwelijke personages: Leni, Rosa en Josephine. Of Kafka er zelf ook nog in voor kwam? Nee, Kafka verschijnt niet ten tonele.

Na de discussie sprak ik nog met de schrijfster van Cyprus. Zij was erg geïnteresseerd in Eb vanwege het eiland, de vissersgemeenschap, het geloof en de vrouwelijke hoofdpersoon. Ook de Poolse schrijfster vroeg of het al naar het Engels was vertaald. Fijn, die interesse. Nu de buitenlandse uitgevers nog! En met het einde van deze discussie, was ook het First Novel Festival ten einde.

Zondag 21 april

Na het ontbijt zag ik Ricky in een stoel in de lobby zitten met een rugzak naast hem en een koffer op de grond. Hij was ongeschoren en speelde een spelletje op zijn telefoon. Toen ik het trapje van het restaurant af liep zag ik de grote, ronde kale plek op zijn hoofd. Katy was nergens te bekennen. Toen de airport shuttle me kwam halen, was ook Ricky verdwenen.

Vandaag in Het Parool:

Rebekka W.R. Bremmer schreef met Eb een romandebuut waardoor je beter naar de wereld gaat kijken, naar de werkelijkheid om je heen, en naar de Nederlandse literatuur van dit moment. (…) Eb is de beste Nederlandse roman van 2012 (PS18). En luister hier wat er in de TROS Nieuwsshow over Eb wordt gezegd (vanaf minuut 122).

Wachten is hopen

Lees hier het interview op hetgoedeleven.com.

[fragment]

Geeske, de hoofdpersoon van Eb is iemand die tussen hoop en vrees leeft. Ze wacht op haar man en weet niet of hij terugkomt. Hoe kwam je op het idee om een boek over haar te schrijven?

“In het Spaans heb je één woord voor wachten en hopen. Dat is iets wat me fascineert: is het zo dat als je ergens op wacht, dat je er dan tegelijkertijd op hoopt? Of kun je ook wachten zonder te hopen?

Als je wacht hang je ergens tussenin. Het is een soort weegschaal, een balans, je hebt alle tijd om de balans op te maken. Je bent eigenlijk nergens, niet in het verleden en niet in de toekomst. Dat geeft veel tijd om over dingen na te denken, voor herinneringen.